Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 20 maart 2018

De energietransitie: een ‘beest’ dat we recht in de ogen moeten kijken

Op deze laatste dag van de verkiezingen is er één onderwerp dat nog een blog verdient. Het onderwerp dat de komende 10-20 jaar misschien wel het allerbelangrijkst wordt in de politiek, en waar veel te weinig over gezegd is in de lokale verkiezingscampagnes: de energietransitie.

‘Energietransitie’ is een duur woord dat gewoon betekent: we moeten met z’n allen zo snel mogelijk zo veel mogelijk stoppen met het gebruiken van kolen, benzine, diesel en aardgas. En als de wiedeweerga overstappen op andere bronnen voor warmte en elektriciteit in onze huizen, bedrijven en vervoermiddelen.

Waarom moet dat ook alweer? Omdat we klimaatproblemen krijgen, omdat de grond beeft in Groningen en omdat we voor het verwarmen van onze huizen niet afhankelijk willen zijn van andere landen, waar niet altijd machthebbers zitten die het beste met de wereld voor hebben.

Dat we ‘van het gas af gaan’ heeft iedereen inmiddels wel een keer gehoord. Maar wat het precies betekent, dat is veel mensen nog helemaal niet duidelijk. Dat is begrijpelijk. Wat een beetje zorgelijker is, is dat ook de politici die campagne voeren voor de gemeenteraadsverkiezingen, ook nog niet helemaal zien wat ze op hun bord hebben in de komende jaren. En om eerlijk te zijn, ik leer ook elke week nog iets bij, elke keer blijkt de opgave nog groter en ingewikkelder dan ik dacht. En elke keer raak ik er meer van overtuigd dat we echt geen tijd meer te verliezen hebben.

Wat ik om me heen zie en hoor is een basale menselijke reactie op een groot probleem: ontkenning van de omvang van het probleem en het rekenen op een ‘redder’ van buiten.

Lieve mensen, er komt op korte termijn geen grote wetenschappelijke doorbraak die maakt dat wij allemaal kunnen doorgaan met leven zoals we doen. En windmolens op zee en in de paar gemeenten die ze graag willen hebben ‘won’t do the trick’.

Het wordt alle zeilen bij en alle hens aan dek. Struisvogelpolitiek en vooruitschuiven gaat ons nergens brengen behalve bij nog grotere problemen.

Een beetje techniek en rekensommen om te schetsen waar we het over hebben in Nederland:

In de landelijke berekeningen die worden gemaakt van de opgave waar we voor staan in haalbare scenario’s wordt allereerst gerekend met 30% energiebesparing ten opzichte van nu. 30% !! Denkt u dat eens door voor uw eigen leven. Het betekent o.a. het op hedendaags peil brengen van de isolatie van alle bestaande woningen, het vervangen van alle verlichting door LED, en heel veel innovatie in de industrie. En, we gaan allemaal rijden op elektriciteit of groen gas.

Een tweede belangrijke stap (6% van de opgave) is het gebruik van zon. Daarvoor moeten we álle geschikte daken beleggen met zonnepanelen. Alle daken, van woningen, van bedrijven, van scholen, van verenigingen. Kijk buiten eens om je heen en zie hoever we zijn en hoeveel we daarin nog te doen hebben. En dan zijn in de scenarioberekeningen ook nog zonnevelden op 10% van het huidige landbouwareaal, een deel van de binnenwateren en mogelijkheden rond infrastructuren (wegen bijvoorbeeld) meegenomen).

Als we die twee ‘eenvoudige’ stappen gezet hebben gaan we verder met het moeilijkere werk:

Wind op zee wordt gezien als een aantrekkelijke optie. Lekker uit het zicht. De eerste parken komen er ook al aan. De maximale capaciteit in Nederlandse wateren is berekend op 50.000 megawatt (16% van de opgave). Dat zijn zon 6250 windturbines van 200 meter hoog. Of dat maximum ook echt mogelijk is zonder het zeeleven te verstoren moet nog wel goed worden onderzocht.

Dan geothermie: het gebruik van warmte uit de aarde. Bij geothermie wordt geboord naar een diepte van 2 tot 4 km. Dat is kansrijk in delen van Nederland maar een geothermieput kost enkele tientallen miljoenen euro’s. Ook de proefboringen zijn erg kostbaar. En na het slaan van een put moet ook nog een warmtenet aangelegd worden. Met geothermie kan naar inschatting 13% van de opgave gedekt worden. Voor onze omgeving moeten we daar overigens niet heel hard op rekenen. De bodem lijkt bij ons minder kansrijk en geothermie is in dunbevolkte gebieden nog moeilijker rendabel te maken. In onze omgeving zullen, naast enkele collectieve netten, vooral warmtepompen en wko’s een heel belangrijke rol blijven spelen.

Met gebruik van omgevingswarmte en restwarmte vullen we 12% van de opgave. En met biomassa, groen gas en toch ook een deel fossiel nog eens 18%.

Als we al deze uitdagingen voor elkaar krijgen, dan hebben we nog steeds 10.000 megawatt in te vullen (3%). Daarvoor blijft dan eigenlijk geen andere optie over dan wind op land. in de vorm van 1250 windturbines van 200 meter hoog, 2000 windturbines van 120 meter hoog of 3333 turbines van 80 meter hoog.

Ik kan me voorstellen dat de getallen je duizelen. De getallen mag je ook vergeten, daar blijven techneuten zich wel mee bezighouden. Maar waar ik eerlijk over wil zijn, en waar alle politici eerlijk over moeten zijn: alleen maar nee zeggen is geen optie. Als je geen windturbines in je omgeving wilt, dan moet je daar ook bij zeggen wat je wél wilt. Dan zul je namelijk nog veel meer moeten presteren op de andere opties. Veel meer land bestemmen voor zonnevelden of nog meer energie besparen.

Is dit dan een somber verhaal. Nee hoor, helemaal niet. Het is een realistisch verhaal over de uitdaging. En gelukkig leert de geschiedenis dat enorme uitdagingen vaak leiden tot angst en weerstand, maar ook tot geweldige nieuwe uitvindingen waar we uiteindelijk allemaal heel blij mee zijn. Bedenk dat het overstappen van kolen op wind en zonne-energie ook een geweldig positief effect zal hebben op de luchtkwaliteit in Nederland. Dat isolatie en laagtemperatuurverwarming woningen ontzettend veel comfortabeler maken. Dat elektrische auto’s (en misschien straks ook vliegtuigen?) veel minder lawaai maken. Die zelfrijdende auto’s van de toekomst zie ik trouwens ook wel zitten.

Wat wil D66 komende vier jaar lokaal aanpakken? Zie daarvoor onze standpunten http://nieuwkoop.d66.nl/standpunten/duurzaamheid/